Wie ben je? Als ik aan die vraag denk, zie ik het kringgesprek voor me: wachtend op mijn beurt. Het is een vreemd ritueel waarin we de bekende opsomming afratelen: functietitel, twee of geen kinderen, woonplaats. Veelzeggend in nietszeggendheid.
Het gebruik eert de behoefte om gezien te worden, terwijl de antwoorden zo sociaal wenselijk zijn dat de kans op écht contact heel klein wordt. Want jezelf laten zien is ook spannend, zeker in het gezelschap van vreemden.
Het is een dubbelheid in onszelf:aandacht willen en tegelijkertijd afstand nemen.
Ik weet niet precies wanneer we ervoor kozen om ons te verschuilen achter standaardantwoorden. Ik constateer alleen dat het zo is. En wat het doet. Het maakt van wie je ‘bent’ een kwestie van wat je ‘hebt’: een hobby, een woonplaats, een baan.
Ik bevind me nogal eens in professionele kringgesprekken en er valt me iets op: mensen die zichzelf het meest laten zien, maken de sterkste verbinding. Dat doen ze niet met een antwoord over wie ze zijn of wat ze hebben. Dat doen ze door te vertellen over hun ervaring: persoonlijk, spontaan en echt. Over een moment dat belangrijk voor ze was. Daarmee geven ze indirect een heel concreet antwoord op de bijna onmogelijk te beantwoorden vraag wie ze zijn.
Misschien is ‘wie’ niet een kwestie van zijn of hebben. Misschien gebeur je vooral. Ik werk al zo’n twintig jaar rondom het begrip identiteit en steeds vaker denk ik: identiteit zit in het herkennen van momenten waarin je samenvalt met wat je doet. En gek genoeg zijn dat nooit de momenten waarop je bezig bent met jezelf definiëren.
De momenten die het meest over ons zeggen, gaan het minst over de vraag wie we zijn. Het is kwetsbaar en dapper om jezelf écht te laten zien. Het vergt moed. En andere vragen, want verwachte vragen krijgen verwachte antwoorden.
Misschien kunnen we elkaar de volgende keer helpen.Niet met de vraag: wie ben je?Maar met de vraag: waar viel je mee samen?